Hoe een nieuw duivenhok bouwen en inrichten
Door J.Lauwers officieel keurmeester

Wanneer we besluiten om een nieuw hok voor sierduiven te bouwen moeten we ons vooraf toch een aantal vragen stellen.
 

  1. Voor welk duivenras gaan we een hok bouwen ?  Is het een klein of middelgroot ras van vb het type tuimelaar of kleurduif dat vlot kan vliegen of een groot en zwaar ras dat haast niet vliegt zoals vb de Mondain die bijna alleen maar rondwandelt. Of is het een ras dat voorzien is van buitengewoon grote en lange veerstructuur zoals Raadsheer, Pauwstaart, Boecharijse trommelduif.

  2. Rekening houdend met het ras dat we wensen te houden en de al dan niet vliegcapaciteiten die het ras heeft, moeten we beslissen of het een tuinhok voor vrije uitvlucht wordt of een hok met aanbouw van een volière omdat we de duiven niet kunnen laten vrij uitvliegen. Ook kan het een hoger gelegen hok worden vb de bovenverdieping van een garage.

  3. Zijn er risicofactoren die de vrije uitvlucht van duiven bemoeilijken zoals burenhinder, duiven deponeren misschien hun mest in de dakgoot van de buren waardoor hun regenwater bezoedeld wordt. Zijn er rondzwervende katten. Spelende kinderen. Roofvogels.

  4. Welk budget kunnen we besteden. Wordt het een gemetseld hok of een houten hok. Construeren we het hok zelf of kopen we een prefab kant en klaar duivenhok. Prefab tuinhuizen zijn niet geschikt als duivenhok tenzij U er drastische veranderingen aanbrengt wat betreft verluchting, lichtinval, inrichting enz.

 

In ieder geval raad ik iedereen aan, alvorens met de bouw te beginnen een bezoek te brengen aan de bouwdienst van Uw stad of gemeente. Dit kan U veel ellende besparen want zonder bouwvergunning bouwen kan niet meer. Aangezien ik in 2002 verhuist ben heb ik een volledig nieuw hok met volières laten bouwen en mag ik dus zeggen dat ik enige ervaring dienaangaande heb.
Wanneer U naar de bouwdienst gaat neem dan in ieder geval een duidelijk plan mee van het hok en de volières die U wenst te bouwen. Geef duidelijk de buitenafmetingen aan zoals hoogte van de nok, lengte en diepte van het hok en van de volière. Geef aan met welke materialen U gaat bouwen, metselwerk of hout, plat dak, platendak of pannendak.
Neem het grondplan van Uw huis mee en geef aan waar in de tuin U het hok wenst te bouwen. Geef duidelijk aan op welke afstand van de scheidingslijn met Uw buren U wenst te bouwen. Geef ook aan op welke afstand van de achtergevel van Uw huis en deze van Uw naaste buren U gaat bouwen. Indien U Uw hok wenst te schilderen vraag dan of er een verplichte kleur is vb voor een houten hok vernis of verf. Ikzelf was verplicht m’n nieuw duivenhok donkergroen te schilderen omdat het geheel dan beter in de groene omgeving paste! Vraag of U een plan ter goedkeuring dient in te dienen bij de bouwdienst en dit Uw zelfgetekend plan mag zijn ofwel het door een architect dient gemaakt.
Ga ook langs op de milieudienst en leg Uw plannen voor. Vraag of er een milieuvergunning nodig is of niet en vanaf hoeveel duiven. Vraag welke de betreffende reglementering is voor sierduiven en voor reisduiven want deze kan verschillen !
Nu kunnen we aan ons nieuw hok beginnen bouwen. Nog een goede raad : respecteer het plan dat goedgekeurd is want er kan controle volgen ! Ik heb één jaar na ingebruikname van m’n hok twee controleurs op bezoek gekregen die het volledige hok en de volières zijn komen opmeten om te zien of alles conform was met het goedgekeurde plan .

Bouw Uw hok zodanig dat de zon een maximaal aantal uren op de voorgevel schijnt. Zowel een gemetseld hok als een houten hok kunnen goede duivenhokken zijn. Betonplaten zijn minder geschikt. Leg de vloer enkele centimeters boven de grond, dit voorkomt dat hij gemakkelijk vochtig wordt. De vloer is ook best van hout. Gebruik alleen hout dat goedgekeurd is voor gebruik in woonhuizen en dus niet behandelt is met een giftige stof.

Wanneer U vloerverwarming aanbrengt moet U natuurlijk opteren voor een betonnen vloer waar de elektrische bedrading wordt in aangebracht. Breng voldoende isolatie aan onder de betonvloer om het warmteverlies te beperken. Een pannendak zorgt voor een goede verluchting. Men kan ook opteren voor een platendak of een plat dak. In beide gevallen moet men dan zorgen voor verluchting door het aanbrengen van roosters in de voorgevel laag bij de vloer en schouwpijpjes in het dak. Een spleet van ongeveer 2 cm in de achterwand kort tegen het dak en over de ganse lengte van het hok geeft in combinatie met de roosters een prima luchtcirculatie zonder tocht. Breng fijne volièredraad aan voor deze spleet zodat vogels en muizen buiten blijven. Voorzie ook voldoende ramen die bij warm weer kunnen geopend worden en bij vriesweer gesloten.
Deel Uw hok in ieder geval op in een kweekhok en een jonge duivenhok. Zo kunnen de jonge duiven zich rustig ontwikkelen en storen jonge doffers die geslachtsrijp worden de kweekkoppels niet.

De zitplaatsen moeten ook aangepast zijn aan het ras. Voor de kleinere rassen kan men de traditionele  omgekeerde V-zitters ook kapjes genaamd gebruiken. Voor de grote of zwaarvoetbevederde rassen zijn ze niet bruikbaar. Voor voetbevederde rassen gebruikt men meestal kleine ronde plankjes waar de voetveren overhangen. Voor het grootste gedeelte van de gladbenige rassen zijn de zogenaamde loketkasten met schuin aflopende bodem ideaal. Hier zit ieder duif in z’n eigen kastje en worden vechtpartijen vermeden. Ook kunnen ze hun mest niet deponeren op onderzittende buren. Ook het pakken van de duiven is gemakkelijk als ze in loketkasten zitten. Ze kunnen nl minder gemakkelijk wegvluchten. Voorzie electriciteit op Uw hok. Deze is niet alleen nodig voor verlichting maar ook om in de winter de drankverwarmers op aan te sluiten. Indien U geen vloerverwarming hebt kan U gebruik maken van warmteplaten op de vloer.

De eetbakken moeten ook aangepast zijn aan het ras. De duiven moeten altijd vlot bij het eten kunnen. Voor zwaar voetbevederde rassen moet er een vrije ruimte van ongeveer 4 cm zijn onder de bak zodat de voetveren bij het eten onder de bak kunnen schuiven. Kortbekken voedert men best in een voedergoot waarin het graan steeds naar het midden van de voedergoot rolt.

De drank verschaft men best in voldoende grote drinkpotten of kantelemmers. Vooral in de kweekperiode en bij warm weer drinken duiven relatief veel. Ze mogen zeker niet zonder water vallen tussen twee verzorgingsbeurten.

Veel succes met Uw nieuw duivenhok